Facebook

Blijf op de hoogte

via

Facebook




Klik hier


Affiliate

E-Book

Mijn DEBUUT roman.

Even ontspannen met een roman over een episode uit het leven van een vrijgezel
dat op z'n kop komt te staan.


.

Carrière van Arjen Miedema

(1)



Klik

hier

In mijn vrije tijd en tijdens de vakanties werkte ik bij de
boer, de bakker, de groenteman, op de markt en in de garage, maar in 1968 begon
het echt: ik zat op de MULO in Franeker en in onze RTVgids werd door SHELL
geadverteerd met de opleiding tot laboratorium- assistent op het KSLA,
Koninklijke SHELL Laboratorium in Amsterdam-Noord. Negen maanden opleiding en
nog betaald worden ook! KSLA was een begrip in die tijd, want er werkten meer
dan 2000 mensen en het was het grootste researchlab in de wereld.Er is tijdens mijn carriere veel aan het terrein veranderd: 1969: geen
Overhoeks, YLAB of PMC. Nadat ik vertrok op 27 april 2004 kwam de slopershamer
voor PMC en Ylab. Nu gaan we op naar het NTC, nu 2018 STA

 


René de Jong,
Jos Snel,
Gerard Rietveld,
Bert de Kock,
Jacques Scheele,Joop Coolechem,
Jan Ligthard,

Jan Hovius,
Nico de Wit,
Arjen Miedema,
Ria Sinkeldam
Nelleke Bik,
Dieneke Bollebakker,
en Ria Nieuwenhuizen

      Klik
op
foto voor groter beeld of hier voor nog groter.Op de foto ontbreekt Peter Wilson
 
De Labspiegel van september 1969

 

 

Na de sollicitatiebrief werd ik uitgenodigd om op 31 januari ’69
langs te komen om me te laten testen. Volgens de chauffeur, die me op de juiste
plek (Kanaallab) Kanaal laboratorium bracht op het enorme terrein, waren er al
honderden sollicitanten geweest. Ik werd ontvangen door Mej. Kooi en later door
dhr Kerpestein, die me vanalles vroegen over persoonlijke situatie, over
technische zaken enz.
Van 9 uur ‘s morgens tot 4 uur ‘s middags werd ik door de mangel gehaald.
Allerlei oefeningen stonden op het programma: rekenen, maar ook lekker eten,
logisch nadenken en een opstel schrijven over olie.

Niet lang daarna werd ik uitgenodigd om een psychotechnische
test af te leggen in Utrecht op 28 februari. Ook daar weer veel rekenen,
algemene ontwikkeling testen, hoofdrekenen, gesprekken voeren, opstellen
schrijven, technische tekeningen verklaren enz.

Het resultaat was dat ik werd aangenomen met dien verstande dat
ik wel voor mijn Mulo-B moest slagen. Dat deed ik op 10 juni. In
de brief die toen volgde werd mijn jaarsalaris vastgesteld op 4800 gulden bruto.
Op 1 september begon ik, nadat ik een kosthuis gevonden had in de Edammerstraat
8 bij mw Schotanus.Met 12 jongens en 4 meisjes begonnen we aan de “Mulocursus”;
de HBS-groep bestond maar uit 9 mensen.

De opleiding tot labassistent bestond uit ‘s morgens theorie
over natuur- en wiskunde, organische- en anorganische scheikunde, technisch
Engels, aardolietechnologie, technisch tekenen, huishoudelijke zaken, veiligheid
en in de middag praktijk achter de labtafel: kwalitatieve- en kwantitatieve
analyse, titraties, preparatieve chemie, optica,
spectroscopie, oliekoken, glasblazen enz. Op woensdagmiddag verplicht sporten
(hockey, voetbal, tennis en binnen tafeltennis)


Onderaan in de LabSpiegel staat een grote foto

het sportpark aan de Valentijnkade in Amsterdam-Oost

Na 9 maanden werd je in het lab geplaatst op een plek waarvan
men dacht dat het goed voor je zou zijn. Ik heb geluk gehad en kwam in de
afdeling MC (macromoleculaire chemie), sectie rubbers van Jan van Amerongen waar
Gerard Laheij me de ins en outs van het rubbervak heeft bijgebracht. Mijn echte
baas was een Fransman, Courtois. Hij liet me SBR Styreen-Butadieenrubber
synthetiseren in flessen.

Ik werkte er nog maar een paar weken of er gebeurde iets, nou ja
iets… De mannen van de brandweer waren de grote brandblussers aan het
controleren en op een gegeven moment viel er een met z’n afsluiter op de stenen
vloer. Het gevolg was dat de cilinder er als een raket vandoor ging: knalde
tegen een stalen deur en sponning op, (ik kan de deuk in de sponning nog
aanwijzen) maakte een draai van 90° en ging rakelinks langs een verse waterstof
cilinder van 150 bar om vlak voor de koffieautomaat tot stilstand te komen.

Intussen lag de brandweerman onder een dikke laag ijs en was het
stof uit het stoffilter in de deur van onze labzaal naar binnen geblazen. Paniek
alom. De brandweerman werd overeind geholpen en we constateerden dat we er goed
vanaf waren gekomen.

Dat werd een paar weken later anders: Onze collega Horace Bergen
had een grote hoeveelheid solutieSBR gemaakt en zoals hij altijd deed moest het
oplosmiddel worden verwijderd. Hij deed dat door steeds met een grote soeplepel
een schep boven een stoombad te gieten in de zuurkast. Wat hij niet wist of waar
hij geen erg in had was dat er zo’n 4 roerapparaatjes met daarop erlenmeijers
stonden te roeren. Door het inwendig schakelen van die roerders ontsonden vonken
en kennelijk waren de omstandigheden van brandstof en zuurstofgehalte ideaal
waardoor een exposie en brand ontstond. Ikzelf schoot na de klap weg en Horace
stond in brand, rolde over de grond om zich zo te doven. Toegesnelde collega’s
blusten de brand in de zuurkast en brachten Horace naar de dokter / verpleger
die hem per ambulance naar het ziekenhuis bracht. Pas na een paar maanden kon
hij weer aan het werk.

Na de vakantie van 1970 werd het IJlab betrokken. Dat betekende
heel veel werk. Er waren geen vensterbanken en creatief als men was haalde men
stafieven en klemmen uit het magazijn, plank erop en voila een vensterbank voor
de planten. Men had bij de bouw gedacht dat de luchtverversing maximaal moest
zijn. Vanuit het plafond werd verse lucht aan gevoerd die via de ramen en de
grond door de zuurkasten werd afgevoerd. Verversing 20 x per uur met als gevolg
een storm op je bureau. Wegen op 0.1 mg was onmogelijk door waaiende schaaltjes.
Daarbij kwam dat uit sommige stikstofleidingen water kwam (verkeerd aangesloten)
en dan te bedenken dat er zuurstof- en watervrij gewerkt moest worden. Het heeft
nog een tijdje geduurd eer we fatsoenlijk konden werken.
In januari 1971 werd ik overgeplaatst naar de groep van Ser van der Ven. Daar
mocht ik aan een 10 liter reactor werken om polyisopreen te maken.

Van januari tot september 1971 heb ik hier gewerkt waarna ik in
militaire dienst ging: Ermelo, Breda, Wezep.

IJlab, IJ-Laboratorium

Het Y-laboratorium, opgeleverd in 1970, gesloopt 2004

Voorbeeld van een planimeter


Deze sorbetlepel kregen we toen Overhoeks werd opgeleverd.

In februari 1973 kwam ik terug en werd geplaatst bij Neil Mayne
op de meetzaal bij Arnoud Langeveld. Daar heb ik me alle meettechnieken eigen
gemaakt voor de plastics, die in hier die tijd ontwikkeld werden. In 1974 moest
ik meewerken aan een project om copolymeren te imiteren, zodat we in de toekomst
alleen maar homopolymeren hoefden te maken op de nieuwe SHAC-A kat. Dat deed ik
met Gerrit Wouters.
Boeiend en veel werk, maar het heeft tien jaar geduurd voor we begrepen dat het
in 1974 niet kon. De plastics werden nog maar een paar jaar op grote schaal
geproduceerd.


Zie verder bij Werk02

Het Y-paviljoen naast het nieuwe bedrijfsrestaurant

Vanwege de duwvaart is dit stuk grond afgegraven.