Foto van de dag

KSLA_010aaa.jpg


Blijf op de hoogte

via

Facebook

Klik hier





E-book

Mijn DEBUUT roman.

Even ontspannen met een roman over een episode uit het leven van een vrijgezel dat op z'n kop komt te staan.


Carrière
 
van Arjen Miedema   (5)



Vervoer en Waardering

 


Vervoer

De boot van rederij Koppe, Bep Glasius

In 1969 lag er op het KSLA voor de steiger voor het Grote Lab elke avond een grote boot (Bep Glasius) van de Firma Koppe uit Zaandam, die het personeel – in bezit van een speciaal pasje – overzette naar een aparte steiger voor het Centraal Station. Wij mochten daar alleen maar gebruik van maken op vrijdagmiddag. Dat was om 5 uur snel je jas en weekendtas pakken, rennen naar de boot, rennen naar de trein, in Amersfoort overstappen en rennen naar de trein die uit Rotterdam kwam, in Leeuwarden weer overstappen op de diesel-electrische trein naar Franeker waar je dan om kwart voor negen aankwam en om negen uur thuis. Als alternatief ging ik ook wel met de trein naar Alkmaar waar ik de bus moest nemen naar Franeker, maar meestal was die dan net een paar minuten weg. Er werd niet op de trein gewacht. Dat betekende liften en dat ging zo gemakkelijk dat ik het vaak deed en toen ik zelf een wagen had nam ik als dank ook vaak lifters mee.

In 1970 kocht ik m’n eerste auto, Citroën 2CV, en werd mijn reistijd van 4 uur verkort tot 1 uur en drie kwartier. De weg naar de afsluitdijk was n die tijd nog voor het grootste deel 2-baans. De afsluitdijk zelf werd verbreed tot vier banen, Breezanddijk werd ontwikkeld. Nog nooit zag ik zoveel zeezand als in die tijd. De A7 en de A8 werden aangelgd. Enorme files door de Zaanstreek, vooral bij Wormerveer en Krommenie en alles perste zich door het dichtbevolkte gebied, want de snelweg ging niet verder. Heel Noord-Holland moest en ging op de schop….

Een werkdag duurde van halfnegen tot 5 uur en om vijf voor vijf ging een bel ten teken dat je kon opruimen en je jas pakken. De praktijk was vaak dat men een paar minuten voor vijf al voor de poort stond om massaal de pont, bus of de auto te nemen. Ik herinner me nog goed dat het vooral bij de achterpoort ter hoogte van het motorlab altijd weer dringen was om snel naar de auto te spurten. Om 16:59 kwam dan tergend langzaam een controleur uit de loge om nog langzamer het hek open te draaien. De stenen in de straat waren in een visgraat motief gelegd en precies onder het poorthek lagen de stenen in een rechte lijn waar we achter moesten blijven. De portier waarschuwde iedereen die ook maar een teentje over de streep stond: achteruit! en dan op het moment dat het nog 10 seconden voor vijf was riep de grootste man van de menigte (Theo Lunenberg) JA!! en rende de horde in de richting van het parkeerterrein met als gevolg hijgende bestuurders, die bijna niet in staat waren om verantwoord te rijden met als gevolg soms ook blikschade….

De invoering van de variabele werktijden was een zegen voor werknemer en werkgever. Geen gedring meer bij de poort, de grote boot van Koppe kon worden afgezegd en als service mochten alle personeelsleden gebruik maken van de eigen vaarregeling met de boten, die standaard aan de kade lagen. 
De TIA was na de ontruiming van het TIA terrein verkocht aan Gerrit Wouters, die er altijd met Sail Amsterdam mee in het IJ lag. We hielden een mooie personeelsboot over, de BIA, een oude sleepboot uit 1922 en  vaak gevaren door Cees Nibbering, een echte schipper met prachtige verhalen van vroeger, Gerrit van de Zande (Grote Gerrit) en nog Gerrit de Groot en natuurlijk Jan Post, afkomstig van Shell Tankers. De Bia was een lastig schip om af te meren en dus was er een dekknecht nodig;  jarenlang heeft Cor Poelman die klus op zich genomen met aparte werktijden, want de boot voer al om half acht tot half tien en ‘s middags van vier tot zes. Maar ik heb Cor nooit horen klagen.


De Bia
 
klik op foto


KSLA in 1981 ten tijde dat het CDL werd opgeleverd

Daarnaast was er vervoer om het half uur met de Perfecta, die later is verkocht als watertaxi en nog steeds in de Amsterdamse wateren is waar te nemen. Dan was er ook een directieboot, de Dilecta, een boot waar je als gewoon mens eigenlijk nooit op kwam, tenzij er iets met de Perfecta was.

De Perfecta

In 1971 werd de Labora gekocht, een motorkruiser met 2 Volvo Penta motoren als vervolg op een andere boot die ook Labora heette, maar veel storingen had

Toen de variabele werktijden werden ingevoerd kon men tussen half acht en half tien binnenkomen en vertrekken tussen vier en zes uur. De uren waren opgedeeld in tien perioden van 6 minuten (de eenheden). Daarvan mocht je er 200 per jaar opsparen, zodat je daarvan dan weer dagen vrij kon nemen. Per dag mocht niet meer dan 9 uur ‘geprikt’ worden. Later werd de openingstijd van het lab nog uitgebreid en kon al om 7 uur worden begonnen, zodat wie met de auto kwam het ergste fileleed kon worden voorkomen.

Naast de fantastische mogelijkheden die het variable werktijdensysteem in zich bergde was er voor sommigen toch weer de verleiding om dit systeem op de verkeerde manier te gebruiken. Zo was er een ‘collega’ die op z;n fiets uit Amsterdam West kwam. Hij stopte op de Westerdoksdijk waar wij een trainingsfaciliteit hadden en stak daar z’n prikkaart in de klok. Daarna peddelde hij op z;n gemak naar de pont en ‘won’ zo circa 15 tot 20 minuten per keer. Maar ja, er werkten maar een stuk of 10 mensen aan de andere kant van het IJ, die zich afvroegen wat die vreemde snoeshaan steeds kwam doen. Het gevolg: een onderzoek en de dader werd 2 dagen geschorst. Meteen een notitie van de directie aan iedereen met niet mis te verstane waarschuwingen en dreiging met ontslag.

Naarmate de tijd vorderde is de verantwoordelijkheid steeds meer bij de werknemer komen te liggen en dat is een groot goed.

 


Waardering

 


Het is fijn als je een goed salaris wordt toebedeeld, maar een schouderklopje op z’n tijd is ook heel prettig. Shell heeft daar leuke dingen voor bedacht. Het schouderklopje werd soms vergezeld van een dinerbon, maar ook wel eens met iets van grotere waarde, zoals een Award.


In mijn Carilon tijd heb ik het geluk gehad dat we een moeilijke klus moesten klaren in teamverband. Door de snelheid en de accuratesse waarmee deze uitdaging werd uitgevoerd vond het management –  i.c. Sami Karaborni – dat we de zg STAR Award hadden verdiend.

In mijn laatste baan waar ik o.a. werkte met monopropyleenglycol werden mijn experimenten zodanig gewaardeerd, dat ik in aanmerking kwam voor een Chemials Recognition Award. Een mooie aanmoediging.


Over Bonussen en discipline
Het krijgen van een bonus is prachtig als resultaat, maar je ziet nogal eens lieden die de bonus als doel zien. Dat is slecht voor de andere medewerkers, slecht voor het werk dat moet gebeuren en daardoor ook slecht voor de business.
Als in teamverband een klus moet worden geklaard werkt dat het beste wanneer de afzonderlijke leden elkaar waarderen om wie ze zijn en wat ze kunnen. In dat verband denk ik aan 1988/89 waar we met elkaar en afhankelijk van elkaar katalysatoren moesten ontwikkelen voor de productie van polypropyleen. Dat betekende water- en zuurstofvrij werken. Dat vereist een ijzeren discipline bij alle handelingen. Vooral het aan- en afkoppelen van hevelflessen of slenkkolven moet dan zorgvuldig gebeuren, want het zuurstofgehalte rent omhoog als een kraan verkeerd wordt bediend.

Ook het binnensluizen van attributen in een handschoenenkast (glovebox) vereist de nodige voorzichtigheid. Voordat flesjes kunnen worden gebruikt worden ze gewassen met Vim, gespoeld met kraanwater en nagespoeld met gedemineraliseerd water, waarna ze een nacht in een oven gaan die altijd op 150°C staat. Dat betekent dat pas na 4 uur ‘s middags nieuwe flesjes kunnen worden ingebracht. Wanneer iedereen zich aan de procedure houdt is het heerlijk werken en je hoeft nooit bang te zijn dat er natte flesjes in de oven staan. Zie je overdag dat er nog maar 10 in staan dan pakje een tray met nieuwe, even wassen en na vieren erin.
Op die manier grijp je nooit mis. Daarnaast moet veel worden gemeten.

Voor het meten van het watergehalte in vloeistoffen hadden we een speciale Coulometer van Mitsubishi; eigenlijk een Karl Fischer watermeter. Dit apparaat werkte met ladingsverschillen, dwz dat water een capaciteitsverandering in de reagentia teweegbracht die door het aanvoeren van electronen werd gecompenseerd. De hoeveelheid electronen (lading) is dan een maat voor de hoeveelheid water in microgrammen. In dat gebied moet je dan wel een methode hebben om te weten of de reagentia nog goed zijn. Daar hebben we het volgende op gevonden: in de lucht zit bij kamertemperatuur en 50% RH circa 5 microgram water per ml. We nemen een injectiespuit van 2 ml en daarna een luchtmonster, injecteren de lucht in de vloeistof van het apparaat en nemen waar of de teller begint te lopen. Zo niet dan moeten de reagentia worden vervangen en anders moet er een getal komen tussen 5 en 10 um. Een prima methode die heel wat tijd en geld heeft bespaard.

 

 

Naast de individuele Awards waren er vaak leuke presentjes zoals hierboven voor de Carilongroep